Als oude kolonie van Nederland is het geen nieuws dat er in Suriname Nederlands wordt gesproken. Het Nederlands dat daar wordt gesproken verschilt echter op kleine doch opmerkelijke manieren van hier in de lage landen. Het is fraaier, kleurrijker en (naar mijn mening) minder pretentieus. Al kan het heel goed zijn dat ik dit allemaal alleen maar vind omdat ik zelf Surinaams ben. Veel bekende taalrages (zoals “maar echt” en “besef”) zijn overigens gestart in Amsterdam-Zuidoost, waar veel Surinamers wonen..

Hoe dan ook, laatst was ik op Facebook onderdeel van een post waarin gevraagd werd naar enkele veel gebruikte Nederlandse termen, maar dan op z’n Surinaams. Zonder die post zou deze blog nu niet bestaan, daarom aan het einde van dit artikel een shoutout naar enkele (veelvuldige) bijdragers. 

Werkelijk/zuiver

Als je het met iemand eens bent zeg je werkelijk of zuiver. Voorafgegaan door een al dan niet uitgerekte “ai”, wat “ja” betekent. Het is een beetje het Surinaamse equivalent van “maar echt”. Er is ook nog een derde variant, namelijk: “duizend”.

Zet/doe/begin te…

Surinamers hebben een obsessie met beleefdheid. Alle ouderen dienen met u aangesproken te worden en er wordt van iedereen onder de 25 verwacht dat ze met twee woorden spreken (“ja, mevrouw”). Daarom is het zo ironisch dat de gebiedende wijs in het Nederlands-op-z’n-Surinaams zo overheerst. Begin te schuiven. Eet m’n mars. Pak je schoen. Enkelvoud ja (een terugkerend thema), maar de wijsneus uithangen en echt maar één schoen pakken deed je eens, maar nooit weer. Voordat je het wist werd je gezien als vrijpostig en je wist wat de gevolgen daarvan konden zijn.

Vrijpostig

Vrijpostig is een lekker oud-Hollands woord voor brutaal, maar ik kan het alleen met een Surinaams accent horen. Zodra je vrijpostig genoemd werd, wist je dat je je op glad ijs bevond. Beter deed je vanaf dat moment niets meer fout, want één verkeerde beweging en je zou gaan zien.

Onbeschoft

De overtreffende trap van vrijpostig.

Gaan

Geen enkel ander (werk)woord heeft z’n plaats in het Nederlands-op-z’n-Surinaams zo geclaimd als gaan. Waarschijnlijk ook door het veelvuldige gebruik van de gebiedende wijs. Ga douchen. Ga je handen wassen. Het toppunt is de zin: “Ga je gaan?”

Je gaat zien

Ik: *kan iets niet vinden*
M’n moeder: “Als ik het vind, ga je zien.”
“Je gaat zien” is volgens mij het favoriete dreigement van elke Surinaamse ouder. Ik denk omdat er technisch gezien niet wordt gedreigd. Ik bedoel, het zien stopt niet nadat zij iets heeft gevonden wat jij niet kon vinden, toch? Het zijn vooral de context en de persoonlijke historie die je als kind met die woorden had die het dreigend maken. De bijbehorende blik sprak bovendien boekdelen.

Kom horen

Toen ik klein was leek het wel alsof ouderen nooit wilde opstaan. Voor niets niet. Niet voor de afstandsbediening. Niet om een bril te pakken, die je volgens mij toch echt nodig hebt om te zien. En niet om je iets te vertellen. Kom horen…

Omdat je meestal wel een vermoeden had, maar nooit zeker kon weten waarom je bij iemand geroepen werd, moest je toch altijd even gaan. Daarnaast was het onbeschoft om niet te gaan als iemand je tot zich riep — wat ook echt heel Surinaams is; iemand tot je roepen.

Met stront

Ik heb geen idee waar het achtervoegsel “met stront” vandaan is gekomen, maar ik vind het hilarisch. Het wordt meestal aan het eind van een zin gebruikt om irritatie mee te uiten.

Stronterij/gedonder/gesjodemieter

Hetgeen dat bovengenoemde irritatie veroorzaakt, wordt aangeduid met stronterij, gedonder of gesjodemieter. Waarbij de laatste variant inderdaad de Surinaamse versie is van gesodemieter.

Nonsens

Onzin. Waanzin. Gekkigheid. Deze spreekt best wel voor zich.

Mars

Billen. Of in het Nederlands-op-z’n-Surinaams: bil. Wordt zelden gebruikt in positieve context.

Smoelwerk

In het Nederlands-op-z’n-Surinaams is smoelwerk een ander woord voor je mond of soms je hele gezicht/hoofd. Een beetje net zoals het Nederlands-op-z’n-Nederlandse smoel. Het wordt zelden gebruikt door iemand die op dat moment niet boos is.

Misselijk

In Nederland kennen we misselijk als een variatie op ziek of onwel. In het Nederlands-op-z’n-Surinaams betekent het dat je hinderlijk/vervelend bent of anderzijds onwenselijk gedrag vertoont. In mijn hoofd leek het z’n betekenis te ontlenen aan het woord missen en dat je op dat moment ongewenst bent, maar over de logica hierachter moet je eigenlijk niet te lang nadenken.

Mode maken

Meestal in vraagvorm: “Voor wie maak je mode?” Waarmee bedoeld wordt: “Voor wie (of wat) sloof je je zo uit?”

Omdat je lult

Mijn favoriet uit deze lijst. Ook wel: “Omdat je lult toch…” Wat ondanks de toevoeging van het woord “toch” geen vraag is. Zelfs geen retorische. Het is de Surinaamse variant op eigen schuld, dikke bult.

Eeuwig

Ter vervanging van altijd of steevast. Als je dit woord aan het begin van een zin hoort, kun je er vanuit gaan dat er geklaag aan komt.

Brillen/baden

In het Engels kan je eigenlijk van elk zelfstandig naamwoord een bijvoeglijk naamwoord maken door er -y aan toe te voegen. In het Nederlands-op-z’n-Surinaams maken ze van zelfstandig naamwoorden werkwoorden. Daarom brilt iemand met een bril en is baden een ander woord voor douchen, wat uiteraard is afgeleid van bad.

Dalijk

Wordt vaker gebruikt dan straks of zometeen, maar betekent ongeveer hetzelfde. Afhankelijk van de context bevat het wel eens een vleugje “zou zomaar kunnen, maar misschien ook niet”.

Is je zaak

De afsluiter “is je zaak” wordt vaak gebruikt in een “moet je zelf weten”-context (en soms in een “omdat je lult”-context), maar wordt het best samengevat door dit gifje.

 

Er is nu ook een deel 2!

En dan nu de shoutouts.

First and foremost: Dwayne Castillion, zonder wie de betreffende post niet had bestaan. Verder: Noël August Imanuel, Prêscilla Scholsberg, Sylvana Loenen, Giancarlo GC, Martino Madiksan, Sharon Gemerts, Stacey Dijkstra, Mike Static, ikzelf natuurlijk en nog veel meer.

Waar Facebook allemaal niet goed voor kan zijn.

Jercy

1986. Amsterdam. Loveable asshole.